Het volgen van het politieke debat over de legale status van cannabis in België kan tot grotere hallucinaties leiden dan het gebruik ervan. Ruim twaalf jaar nadat dit debat in Belgie losbarstte is er nog altijd geen zicht op een duidelijke en heldere wetgeving. Integendeel, het lijkt wel of de politiek er alles aan doet om de situatie zo onduidelijk mogelijk te houden.
In 1995 leidden de demonstraties en ‘blow-ins’ van de Belgische Cannabis Consumenten Bond (BCCB) tot heel wat commotie in de media. Een van de leden van de BCCB was Patrick Moriau, federaal parlementslid voor de PS. Hij kwam in 1996 met een wetsvoorstel tot legalisering van het bezit en het gebruik van cannabis (MORIAU, 1996)
Het tumult dat dit voorstel veroorzaakte, leidde tot de oprichting van een parlementaire werkgroep onder voorzitterschap van Louis Vanvelthoven (SP). Die werkgroep kwam in februari ’97 tot de conclusie dat het bezit van cannabis voor persoonlijk gebruik niet langer vervolgd zou moeten worden. Alleen bij handel, overlast of een misdrijf om cannabis te verwerven moest het parket nog optreden, zo luidde de aanbeveling van de werkgroep, die werd overgenomen in een circulaire die in 1998 door toenmalige ministers van Justitie Stefaan De Clerck en Tony Van Parys (beiden CVP) werd ondertekend. (VAN PARYS - DE CLERCK)
Na de verkiezingen van 1999 komt paars aan de macht, en minister van volksgezondheid Magda Aelvoet (AGALEV) roept een Parlementaire Werkgroep Drugs 2000 in het leven met als opdracht werk te maken van een heuse nieuwe drugswet. Op 28 januari 2003 wordt een drugsnota goedgekeurd door de kamercommissie Justitie. Bezit van cannabis voor persoonlijk gebruik zal niet meer strafbaar zijn, er zal dus géén proces-verbaal meer opgesteld worden, tenzij bij problematisch gebruik of wanneer gebruik aanleiding geeft tot maatschappelijke overlast. Voor andere drugs verandert er niets. Het zogenaamde revolutionaire drugsbeleid van de regering-Verhofstadt verschilt dus niet met de aanbevelingen van de parlementaire drugscommissie die mede met steun van de toenmalige CVP tot stand kwamen.
Op 20 oktober 2004 oordeelt het Arbitragehof dat de nieuwe drugswet onduidelijk is en daarom moeilijk toepasbaar. (BELGISCH STAATSBLAD 28 oktober 2004)) De wet schendt het legaliteitsbeginsel: dat houdt in dat iemand pas voor iets gestraft kan worden als hij op voorhand een duidelijke en nauwkeurige wet daaromtrent kan raadplegen. Het Hof heeft bezwaren tegen de onduidelijkheid over wat precies een ‘gebruikershoeveelheid’ is. Tevens blijkt het onmogelijk een wettelijke definitie te formuleren van ‘problematisch gebruik’ alsmede van ‘maatschappelijke overlast’.
Minister van Justitie Laurette Onkelinkx kondigt vervolgens aan een nieuwe drugswet uit te gaan werken. In afwachting daarvan laat zij op 31 januari 2005 in het Belgisch Staatsblad een ministeriële richtlijn verschijnen, i.s.m. de procureurs-generaal. (BELGISCH STAATSBLAD 31 januari 2005 Die richtlijn luidt als volgt:
“De vaststelling van het bezit, door een meerderjarige, van een hoeveelheid cannabis die 3 gram niet overschrijdt of van 1 cannabisplant, bestemd voor persoonlijk gebruik, zonder verzwarende omstandigheid noch verstoring van de openbare orde, zal enkel aanleiding geven tot het opstellen van een vereenvoudigd proces-verbaal.”
“De inbreuken die, in het kader van onderhavige richtlijn, geregistreerd worden in een VPV, geven geen aanleiding tot een inbeslagname van de aangetroffen verdovende middelen. Deze mogen derhalve in het bezit blijven van de betrokkene.”
Van de aangekondigde nieuwe drugswet hebben we sindsdien niets meer gehoord. Dus is na 12 jaar soebatten door experts, parlementsleden, ministers, rechters en andere juristen deze richtlijn voorlopig de enige houvast voor 340.000 Belgen die graag van cannabis willen genieten zonder het risico te lopen in aanraking met justitie te komen. Althans, zo lijkt het.
Problemen met de richtlijn
De moeizame totstandkoming van een wettelijk kader voor het gebruik van cannabis weer-spiegelt dat er blijkbaar grote weerstand is in parlement en samenleving tegen het toestaan van handel in cannabis, terwijl wel sprake is van bereidwilligheid is om een uitzondering te maken voor persoonlijk gebruik. Handel zou cannabisexport en –toerisme stimuleren, en het product vooral te gemakkelijk bereikbaar maken voor jongeren. Ook al is er voor dit laatste geen bewijs, deze angst leeft bij veel mensen, ook bij hen die bereid zijn het bestaande verbod te versoepelen.
Als cannabisliefhebbers moeten we rekening houden met deze tegenwerpingen, die voor een deel ook de onze zijn: ook wij streven naar preventie van onverantwoord gebruik, scheiding van de markten, preventie van gebruik door minderjarigen. Alleen zijn de methodes die daar nu voor gebruikt worden verkeerd gekozen; juist door het illegale karakter van de cannabismarkt blijft het produkt gemakkelijk toegankelijk voor jongeren, en is er geen enkel zicht op produktiemethoden of geldstromen binnen deze handel.
De richtlijn van januari 2005 maakt duidelijk wat de teneur is van het cannabisbeleid: persoonlijk gebruik moet niet langer worden vervolgd, dit is een kwestie van volksgezondheid en niet van justitie. Als mensen cannabis mogen bezitten, moeten ze het ook mogen produceren en daarom wordt in deze richtlijn voor het eerst gesproken van een cannabisplant.
Maar zelfs bij een consequente toepassing van deze richtlijn blijven er natuurlijk nogal wat onduidelijkheden over. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als iemand zijn ene cannabisplant geoogst heeft (en automatisch meer dan 3 gram in zijn bezit heeft)? Wat doe je als je zelf niet kunt telen? Sommige mensen hebben gewoon geen ‘groene vingers’, anderen hebben geen tijd of willen huisgenoten (onder wie hun kinderen) liever niet met hun hobby confronteren. Deze mensen blijven dus ofwel aangewezen op het illegale circuit, ofwel kiezen ze voor een bezoek aan de coffeeshops net over de grens met Nederland.
Daarbij blijft vermijdbare overlast bestaan, niet alleen voor omwonenden van de coffeeshops, ook voor de gebruikers zelf. Zij kunnen inmiddels op elk willekeurig moment aan de grens worden aangehouden en aangeklaagd wegens drugssmokkel. Als ze zich via het illegale circuit in België bevoorraden, kunnen ze blootgesteld worden aan verontreinigde wiet, woekerprijzen en andere gevolgen van het feit dat cannabis ondanks de ministeriële richtlijn van januari 2005 een illegaal produkt is.
Trekt Uw Plant, de eerste Cannabis Social Club van België
Met de ministeriële richtlijn was in theorie de rechtspositie van de cannabisgebruiker en –teler dan wel verbeterd, maar in de praktijk bleven er nog vele vragen over. Om op die vragen een antwoord te krijgen werd in september 2006 de vzw Trekt Uw Plant opgericht. Het concept van Trekt Uw Plant poogt soelaas te bieden aan al diegenen voor wie het telen van een plantje voor hun eigen gebruik simpelweg geen optie is. Doel van de vzw is een gemeenschappelijke cannabisplantage te vestigen, gebaseerd op het principe van 1 cannabisplant per lid. Alleen meerderjarigen kunnen lid worden van Trekt Uw Plant. Zij moeten van te voren verzekeren reeds gebruiker van cannabis te zijn, aangezien wij immers niemand willen aanzetten tot het gebruik van cannabis of eender welke andere drug (zie figuur 1).
Het gaat bij Trekt Uw Plant om niet-commerciële groepskweek door volwassenen van hoe-veelheden die uitsluitend voor eigen gebruik van de leden zijn bedoeld. Dit concept is geïnspireerd op dat van de Cannabis Social Clubs , dat in de afgelopen jaren werd ontwikkeld in verschillende landen waar net als in België enige politieke tolerantie is geschapen ten aanzien van het bezit en de teelt van cannabis voor eigen gebruik.
Doel van een Cannabis Social Club is een transparant en gesloten systeem te creëren waarin volwassenen in hun eigen cannabisbehoeften kunnen voorzien. Kweek, transport, verdeling en consumptie worden onderworpen aan eisen op het gebied van gezondheid en veiligheid, die door de overheid kunnen worden gecontroleerd. Er kunnen gezondere en milieuvriendelijke productiemethoden gepromoot worden. De financiële gang van zaken binnen de vereniging kan volledig transparant plaatsvinden. De problemen die samenhangen met de illegaliteit, zoals een stijgend THC-gehalte, versnijding met producten om het gewicht te manipuleren, hoge prijzen, geweld en verkoop aan minderjarigen verdwijnen in dit systeem als sneeuw voor de zon.
Ook zonder commercieel te zijn kunnen Cannabis Social Clubs arbeidsplaatsen genereren en goederen en diensten aankopen waarop belasting kan worden geheven. De leden financieren het systeem door hun lidgelden volgens de persoonlijke behoefte. Zij mogen onder geen be-ding cannabis verkopen en zorgen ervoor dat minderjarigen hun cannabis niet kunnen gebrui-ken. In de clubs kan eveneens een actief preventiebeleid worden gevoerd tegen overmatig gebruik of rijden onder invloed. Het systeem met non-profit verenigingen garandeert dat er geen pogingen zijn om mensen aan te zetten tot meer gebruik.
In april 2006 werd een Spaanse Cannabis Social Club (de vereniging Pannagh in Bilbao) vrijgesproken door een locale rechtbank. De rechter accepteerde de uitleg van de vereniging, die cannabis teelt voor haar 70 leden, van wie de helft medicinaal gebruiken. Het Openbaar Ministerie ging niet in beroep tegen deze vrijspraak. Sindsdien zijn er verschillende groepen cannabisconsumenten aan de slag gegaan onder het toeziend oog van de Spaanse autoriteiten. Ook in Zwitserland, de Verenigde Staten en Canada bestaan clubs voor met name medische gebruikers. Zij werken wel minder transparant dan de Spaanse clubs, aangezien zij niet over een gesloten circuit beschikken met leden, maar ook aan buitenstaanders cannabis ter be-schikking stellen.
Actie en reactie
Zoals het legaliteitsbeginsel zegt: iemand kan pas voor iets gestraft worden als hij op voorhand een duidelijke en nauwkeurige wet daaromtrent kan raadplegen. Voor de initiatiefne-mers van Trekt Uw Plant was de ministeriële richtlijn duidelijk genoeg: als je als meerderjari-ge in bezit bent van een cannabisplant voor persoonlijk gebruik en daarbij de openbare orde niet verstoort noch andere criminele feiten pleegt kan dit feit enkel geregistreerd worden door de politie, maar blijft het zonder verdere juridische gevolgen. De plant kan ook niet in beslag worden genomen, en blijft je eigendom.
Een cannabisplant is nergens te koop. Daarom plantten we op 27 juli 2006 met de vooraf aangevraagde toestemming van het Antwerpse gemeentebestuur én de dienst openbare orde van de Antwerpse politie een cannabiszaadje dat we gevonden hadden in onze toegestane gebruikershoeveelheid van 3 gram. Bij de actie, die plaatsvond in de Antwerpse Kruidtuin, was naast veel pers ook een politieman aanwezig, die het feit registreerde maar niet ingreep.
Op hetzelfde moment dat wij dit zaadje in een bloempot stopten gaf substituut-procureur Olivier Lins van het Antwerpse parket het bevel tot de aanval: alle opsporingsmethoden, ook de bijzondere, waren geoorloofd om onze stappen te volgen en zodra we er een verkeerd zouden zetten, te stoppen. Honderden, waarschijnlijk duizenden politie-uren moesten er vervolgens aan geloven: onze kantoren en woningen werden geobserveerd, waarschijnlijk zijn ook onze telefoons afgetapt, alle verrichtingen (zoals het neerleggen van de vzw en het openen van een bankrekening) werden nauwlettend in het oog gehouden..
Het zaadje groeide ondertussen uit tot een ferme plant, en op 12 december 2006 was de tijd rijp voor de volgende stap. Zes van de intussen 38 leden van Trekt Uw Plant knipten toen, wederom in de Kruidtuin en onder massale belangstelling van de media én met de vooraf aangevraagde toestemming van de dienst openbare orde elk hun stekje van de moederplant. De plantage was een feit. Het adres van de definitieve locatie waar deze plantage zou worden gehuisvest, werd bekend gemaakt in een brief aan burgemeester Patrick Janssens. Deze brief werd, samen met een copie van de sleutel van de deur van deze locatie, aan de vertegenwoordiger van de burgemeester overhandigd. De planten zouden eigendom blijven van onze leden, bedoeld voor hun persoonlijk gebruik. Er zou geen enkele vorm van handel plaatsvinden. Allemaal volledig volgens de ministeriële richtlijn van januari 2005
Uiteindelijk werd de “eerste gedoogde cannabisplantage van België” twee uur na de presentatie op 12 december in beslaggenomen en vernietigd door de drugsbrigade van de federale politie. Computers, mobiele telefoons en andere persoonlijke spullen werden in beslag genomen, huiszoekingen werden uitgevoerd bij vier leden. Toen we deze spullen een week later terugkregen bleek dat de harde schijf van onze computer dit avontuur niet had overleefd. Bij vijf leden van de vzw viel in de weken daarna een aanklacht in de bus wegens het telen van drugs. Het zesde lid, Stijn Bex, was op dat moment kamerlid van Sp.a-Spirit en genoot parlementaire onschendbaarheid.
De rechtszaak
Twee maanden voor de presentatie van de plantage hadden we een regelrecht intimiderende waarschuwing van het parket ontvangen. Op een bijeenkomst van het Lokaal Drugs Overleg in Antwerpen zei een magistraat dat ons 5 jaar gevangenisstraf boven het hoofd zou hangen, de maximum straf voor het faciliteren van een ruimte voor de produktie en/of gebruik van verdovende middelen.
Op 28 maart 2007 diende uiteindelijk de rechtszaak voor de correctionele rechtbank in Antwerpen. Daar bleek dat de substituut-procureur geen ander middel uit de hoge hoed kon tove-ren om ons veroordeeld te krijgen dan de aanklacht dat wij ons ’in vereniging’ schuldig hadden gemaakt aan de produktie en bezit van cannabis. Dat element was volgens de substituut-procureur de ”verzwarende omstandigheid” waarmee hij de ministeriële richtlijn kon omzeilen.
Die aanklacht was simpel te weerleggen. Trekt Uw Plant voldoet niet aan de fundamentele eigenschappen van een criminele organisatie. Het zou hetzelfde zijn als een bende bankovervallers hun plannen vooraf in een persverklaring zou zetten en er toestemming voor zou vragen (en krijgen!) aan de lokale politie.
Onze advocaat wees er in zijn betoog daarnaast ook op dat überhaupt niet duidelijk is wat nu precies moet worden verstaan onder de term "cannabis" in de Belgische wetgeving. Als men de VN-Conventie van 1961 volgt (hetgeen normaal het geval is) gaat het alleen over de bloemtoppen van de plant, niet over zaadjes, stengels of bladeren. Bij Trekt Uw Plant waren geen bloemtoppen aangetroffen.
Op 25 april kwam de correctionele rechtbank van Antwerpen tot de volgende uitspraak: Nee, Trekt Uw Plant is geen criminele bende, het recht op vereniging is namelijk bij de Grondwet vastgelegd. Maar ja, cannabis is illegaal, en het bezit van een plant kan wel degelijk worden vervolgd als een vertegenwoordiger van politie of justitie dat goeddunkt. Elke verwarring hierover zou volgens de Antwerpse rechter het gevolg zijn van misleidende verklaringen van media en politici.
In de afgelopen maanden is in minstens twee gevallen duidelijk geworden dat er ook wetshandhavers zijn die in de veronderstelling verkeren dat bezit van cannabis voor persoonlijk gebruik niet vervolgd dient te worden. In het Nieuwsblad lieten politiecommissaris Lambrechts van Brasschaat als Jean-Marie Samyn van politiezone MIDOW in Meulebeke op resp. 11 augustus en 14 september 2007 weten dat het huns inziens in België perfect toegelaten is om cannabis te kweken voor eigen gebruik.
Met de straf die ons uiteindelijk werd opgelegd (van de vijf gedagvaarde leden van de vzw kregen er drie opschorting van straf en twee een geldboete van 15 euro) maakte de rechter echter wel duidelijk dat zij ons eigenlijk had willen vrijspreken, maar deze hete aardappel liever doorschoof naar een hogere instantie. We hebben dan ook beroep aangetekend, en deze zaak zal op 12 juni 2008 voor het Antwerpse Hof van Beroep worden behandeld.
De uitspraak van de correctionele rechtbank leidt vooral tot vragen over de status van de ministeriële richtlijn. Deze is blijkbaar verworden tot een soort suggestie aan de wetshandhaver, die hij of zij naar eigen inzicht kan toepassen of naast zich neerleggen. Daarmee komt het legaliteitsbeginsel in gedrang. De burger heeft immers geen enkele zekerheid of de wetshandhaver die hem op zijn pad kruist de richtlijn zal volgen of niet. Er klinkt uit deze uitspraak dan ook vooral de roep naar de politiek, om het cannabisfenomeen niet met richtlijnen te regelen, maar met een duidelijke, niet mis te verstane wetgeving.
Het Hof van Beroep heeft een gouden kans om hierop door te gaan. Ofwel moet ze de richtlijn negeren en daarmee ook de parlementaire consensus die daar toe hebben geleid: ofwel moet ze de richtlijn hanteren en ons vrijspreken. In haar uitspraak moet in elk geval iets doorklin-ken wat de inwoners van België rechtszekerheid biedt: voor alle betrokkenen, politievertegenwoordigers incluis, moet duidelijk zijn dat cannabisteelt ofwel onder bepaalde omstandigheden kan. In elk ander geval, zou de politiek duidelijkheid moeten verschaffen.
En voorlopig?
Het gebrek aan rechtszekerheid voor de cannabiskweker heeft als gevolg dat 340.000 Belgen op een illegale markt aangewezen blijven. Die markt wordt meer en meer bevoorraad door personen die alleen geïnteresseerd zijn in winstbejag, en zich van normen op gebied van volksgezondheid, brand- of andere vormen van veiligheid weinig tot niets aantrekken. Op vele plaatsen in Europa duikt sinds eind 2006 cannabis op van een zeer bedenkelijke kwaliteit. Hasj en wiet worden bewerkt met bladafval, kruiden, vet, olie, schoensmeer, zand, boen-was, suiker, haarlak en glas. Ook in België zijn deze vormen van versnijding geconstateerd (VAD, 16/03/07) zonder dat dit heeft geleid tot een discussie over de gevolgen van het cannabisverbod.
Het gevaarlijkste gebruik van drugs is nog altijd het politieke. Dat werd maar weer eens duidelijk tijdens de verkiezingen van juni 2007. Op 14 mei 2007 verscheen een bericht in De Standaard met de kop: “Een op vier verslaafd aan cannabis”. Uit cijfers van de Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg (VVBV) bleek dat van alle mensen die zich in 2005 in professionele hulpcentra lieten behandelen voor hun verslaving, 23,9 procent opgaf cannabis als voornaamste verslavingsprobleem, tegen 1 op de 10 in het jaar 2000.
Enige studie leert dat het percentage mensen dat cannabis aangeeft als voornaamste motief om behandeling te zoeken nogal schommelt. Uit Europese cijfers blijkt dat In 1998 was dit cijfer 25 %, in 1996 zelfs 27,5 % ruim 3 keer zoveel als in 1993 8 %. Het zou goed kunnen dat de stijging van de laatste jaren te maken heeft met het feit dat mensen die worden opgepakt met cannabis naar een behandelingscentrum worden verwezen als manier om hun boete of gevangenisstraf te ontlopen. Ook is onduidelijk hoeveel het percentage is van gebruikers van cannabis die in de problemen komen ten opzichte van het totaal van gebruikers. In de huidige situatie zijn mensen die niet in de problemen komen met hun cannabisgebruik immers onzichtbaar. Kortom, er waren genoeg redenen om die 23,9 % niet per sé als verontrustend te beschouwen.
Zo hadden de kopstukken van de christendemocraten (CD&V) het echter niet begrepen. Met dit bericht als aanleiding kregen we in de weken voor de verkiezingen uit de mond van Jo Vandeurzen en Yves Leterme te horen dat het paarse drugsbeleid op een fiasco was uitge-draaid. Bijna telkens als de vraag werd gesteld wat de meest urgente wetswijziging zou zijn als de CD&V aan de macht zou komen kwam het woord cannabiswet als eerste over hun lip-pen.
Als politici cannabis inzetten als electoraal wapen, is het hun bedoeling angst te creëeren. Daarbij wordt steevast verwezen naar het gevaar van cannabisgebruik door minderjarigen. Zelfs in Nederland, waar men na 30 jaar gedoogbeleid toch beter zou moeten weten, is dit nog altijd het geval. Sinds haar aantreden in februari 2007 heeft het kabinet Balkenende aangege-ven coffeeshops te willen sluiten die te dicht bij een school liggen, omdat dit het gebruik on-der jongeren zou aanmoedigen. Een blik op de cijfers ontkracht dit argument volkomen: in 8 Europese landen, waaronder België, zijn geen coffeeshops, maar ligt het gebruik onder jonge-ren hoger dan in Nederland: volgens cijfers van het EMCDDA heeft 32% van de Belgische 15/16 jarigen een keer in z’n leven cannabis gebruikt tegen 28 % van de Nederlandse, 27% resp. 23 % in het laatste jaar, en 17 tegen 13 % in laatste maand.
Waar in Nederland cannabis openlijk toegankelijk is voor volwassenen (de coffeeshops hanteren een strenge leeftijdsnorm van 18 jaar) het voor jongeren blijkbaar minder aantrekkelijk en beschikbaar is dan in België.
Eind mei 2007 stelde Trekt Uw Plant aan alle Vlaamse kandidaat-volksvertegenwoordigers die opkwamen bij de verkiezingen op 10 juni de volgende vraag: Wat zijn uw standpunten betreffende de wettelijke regeling van de teelt voor persoonlijk gebruik van cannabis en het voorstel van Trekt Uw Plant in dit verband? Wij vroegen om een ondubbelzinnig antwoord vóór 10 juni 2007, zodat we een stemadvies konden uitbrengen aan onze leden en al diegenen die een definitieve regeling van de cannabisteelt voor eigen gebruik in België voorstaan.
De resultaten kunnen in drie categorieën worden onderverdeeld. Van drie partijen (het kartel CD&V en NVA, GROEN! en LIJST DE DECKER) kregen we geen antwoord. Daarbij viel vooral de stilte van CD&V op. Hun woordvoerders waren wel volop aanwezig in de media om cannabis te demoniseren, maar zodra hen gevraagd werd om een serieus standpunt in te nemen ten aanzien van een concreet voorstel om problemen op te lossen, bleef het oorverdovend stil. Ook het zwijgen van GROEN! is opvallend. Blijkbaar heeft deze partij een trauma opgelopen van de gebrekkige communicatie rond de drugsnota in 2003, waarbij Groene parlementsleden en minister van Volksgezondheid Magda Aelvoet elkaar tegenspraken over de precieze uitleg daarvan. Sommigen wijten de verkiezingsnederlaag die de partij in 2003 opliep aan het feit dat de partij zich als ‘soft on drugs’ had geprofileerd. Blijkbaar is die overtuiging zo diep doorgedrongen dat men het nu wijselijker acht helemaal niet meer over dit thema te communiceren.
Van twee partijen (OPEN VLD en SP.A) , kregen we een tamelijk dubbelzinnig antwoord. Dr. Maggie de Block (OPEN VLD) mailde ons dat zij ‘als arts tegen het niet medicinaal gebruik van cannabis’ gekant is. (email aan Trekt Uw Plant, 4 juni 2007) Wat zij als politicus vindt, of wat het standpunt is ten opzichte van de teelt van cannabis voor eigen gebruik, kre-gen wij niet te horen.
Op meer sympathie konden we rekenen in het antwoord van de Studiedienst van de SP.A. Daarin schrijft Marc Haesendonckx: ‘Mensen straffen die geen problemen veroorzaken is geen oplossing, integendeel’. (email aan Trekt Uw Plant, 5 juni 2007) Echter, volgens de SP.A is het in België ‘onmogelijk om de richtlijn van 2005 wettelijk te verankeren of om de teelt en distributie van cannabis wettelijk te regelen voor andere dan medische doeleinden, zolang we gebonden zijn aan de internationale verdragen.’ (email aan Trekt Uw Plant, 5 juni 2007) Met andere woorden, de SP.A erkent dat cannabisteelt voor persoonlijk gebruik niet automatisch als een probleem moet worden ervaren. In de internationale conventies wordt duidelijk een uitzondering gemaakt voor de wettelijke status van consumptie van verboden middelen. Nationale regeringen mogen de wetgeving rond dit vraagstuk zelf bepalen, en zijn niet gebonden aan het verbodsprincipe. Van deze marges maken landen als Spanje of Nederland gebruik om regelingen te treffen voor het reguleren van de cannabismarkt voor persoonlijk gebruik. De Cannabis Social Clubs of coffeeshops opereren daar met instemming van de overheid zonder dat enig internationale verdrag is opgezegd.
Tenslotte kregen we van twee partijen (Vlaams Belang en Spirit) een ondubbelzinnig ant-woord. Jan Mortelmans schreef namens het VB dat die partij ‘ijvert voor de intrekking van de druggedoogwet van Verwilghen, een keiharde aanpak van de drugproductie en drughandel via zware celstraffen, afschrikwekkende boetes en meer mogelijkheden tot inbeslagname en verbeurdverklaring van hulpmiddelen en opbrengsten van drugcriminelen.’ (email aan Trekt Uw Plant, 24 mei 2007 ) terwijl Stijn Bex namens Spirit dan weer aangaf dat ‘cannabisbezit- en kweek voor persoonlijk gebruik voor ons uit de strafwet moeten.’ .(email aan Trekt Uw Plant, 4 juni 2007)
Tot slot
Na de recente uitlatingen van Minister Jo Van Deurzen is de vrees ontstaan dat het onder de nieuwe regering wel eens zou kunnen uitdraaien op een totaal verbod op cannabis. Van Deurzen heeft al aangekondigd dat hij het roken van een joint wederom wil gaan vervolgen. Dat zou betekenen dat we weer teruggaan naar het jaar 1996. Wie kweekt voor eigen gebruik zou wederom voor de gevolgen moeten vrezen. Dat zou een geschenk zijn aan de illegale organisaties die in cannabis handelen, en voor meer overlast zorgen bij de Nederlandse coffeeshops. Niemand gelooft immers echt dat ook maar een van de ca. 340.000 Belgen die regelmatig cannabis consumeren hiermee op zal houden.
Het is te hopen dat een eventuele aanscherping van de richtlijn in elk geval tot een serieus politiek debat zal leiden. Ondertussen zal Trekt Uw Plant waarschijnlijk tot aan het Europese Hof van Justitie moeten door procederen om haar gelijk te halen. En is het wachten op meer lokale overheden komen die hun verantwoordelijkheid nemen, zoals die van Meulebeke en Brasschaat, waar de cannabiskweek voor persoonlijk gebruik kan rekenen op toestemming van de plaatselijke politiecommissaris (Het Nieuwsblad). Wellicht ook zal de roep van de burgemeesters van Nederlandse grenssteden om samen met hun Belgische collega’s een oplossing te vinden voor het coffeeshoptoerisme een grotere rol gaan spelen. In elk geval is de huidige situatie niet lang houdbaar, daar kunnen vriend en vijand het over eens zijn.
Referenties:
AELVOET, Magda, Minister van Volksgezondheid: Federale Drugsnota, 28 januari 2003
BELGISCH STAATSBLAD: Arrest Arbitragehof inzake drugsnota, 28 oktober 2004
BELGISCH STAATSBLAD (31/01/2005) Gemeenschappelijke richtlijn van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal omtrent de vaststelling, registratie en vervol-ging van inbreuken inzake het bezit van cannabis.
DECORTE, T. & TUTELEERS, P. (2007), Cannabisteelt in Vlaanderen. Patronen en motieven van 748 telers. ISD-reeks nr. 3. Leuven/Voorburg: Acco Uitgeverij.
HET NIEUWSBLAD, 11 augustus 2007 Het zijn maar zaadjes, en 14 september 2007: Oproep over cannabisplantage blijkt uit de hand gelopen burenruzie
MORIAU, P.: Pour une autre politique des drogues, Presence et Actions Culuturelles, mei 1996
SLEIMAN, S. & ROELANDS, M. (2006), Belgian National Report to the
EMCDDA 2006. Brussels: Sci-entific Institute of Public Health, Unit of Epidemiology.
VAN PARYS, Tony, DE CLERCK, Stefaan: Circulaire inzake cannabis, 8 mei 1998,
VERENIGING VOOR ALCOHOL EN DRUGS – DE DRUGLIJN: vervuilde cannabis in België, melding op website van Partywise, 16 / 03 / 07.
|